In the spotlight: Jillis Godlieb

‘Ik hoop dat verenigingen en de bond dichter bij elkaar komen te staan’ 

Interview met NJBB-bestuurder Jillis Godlieb 

Arbitrage en opleidingen: dat is waar Jillis Godlieb (75) zich sinds vorig jaar als algemeen bestuurslid van de NJBB mee bezighoudt. ‘We hebben meer goedopgeleide scheidsrechters en wedstrijdleiders nodig en een duidelijke opleidingsroute.’ 

Jillis, je bent nu een paar maanden bestuurslid van de NJBB. Hoe bevalt dat?  

“Dat bevalt heel goed. Ik heb de enthousiaste en hardwerkende mensen op het bondsbureau leren kennen en veel contact met de andere bestuursleden. Soms dagelijks, soms wat minder vaak. Het is eigenlijk net als bij de brandweer. De ene week is het rustig, maar toen het bijvoorbeeld laatst zulk slecht weer was stonden we continu in contact. Helaas moesten toen alle competitiewedstrijden worden afgelast. Als algemeen bestuurslid zijn opleidingen en arbitrage mijn belangrijkste focuspunten, dus ik heb ook veel contact met de NJBB-medewerker opleidingen, Jasmina Zulfic.” 

Waarom richt jij je vooral op arbitrage en opleidingen? 

Dat zijn twee onderwerpen waar ik en ervaring mee heb én echt energie van krijg. Opleiden heb ik altijd gedaan in mijn werk, bij het Scheepvaart- en Transport College in Rotterdam. De kern van een goede opleiding is eigenlijk overal hetzelfde: je kijkt naar wat mensen nodig hebben, naar wat voor middelen je hebt en naar wat haalbaar is. Vervolgens moet je dat goed organiseren. En arbitrage vind ik gewoon leuk, omdat je midden in de sport staat en met allerlei mensen en situaties te maken krijgt. Soms ben je verkeersagent, soms rijdende rechter: dat maakt het afwisselend. Toen ik vorig jaar onze voorzitter Frans Walvis tegenkwam op een toernooi bleek dat het bestuur toevallig iemand nodig had die zich precies met deze thema’s bezig wilde houden. Ik kan daar echt iets bijdragen.” 

Wat hoop je als bestuurder voor elkaar te krijgen?

Er is vanuit de verenigingen best wat kritiek op hoe opleidingen geregeld zijn en er zijn te weinig scheidsrechters, wedstrijdleiders en trainers. Daarom wil ik dat we de basis op orde krijgen. Dat begint ermee dat nieuwe spelers op verenigingen een goede basisinstructie krijgen. Als je goed begint, blijf je langer spelen en voorkom je blessures. En aan de wedstrijdkant wil ik dat de organisatie rond arbitrage en wedstrijdleiding steviger wordt. We hebben meer goedopgeleide scheidsrechters en wedstrijdleiders nodig en een duidelijke opleidingsroute: hoe groei je van basis naar regionaal, wie begeleid je daarbij, en wanneer kun je door? Met het bondsbureau en de opleidingscommissie ga ik hiermee aan de slag. Uiteindelijk gaat het erom dat iedereen, van recreant tot wedstrijdspeler, met plezier kan spelen, op toernooien die goed geregeld zijn.” 

Je loopt al even mee als vrijwilliger in onze sport.“Dat klopt. In de jaren tachtig richtte ik in Hoek van Holland samen met een paar familieleden Pétanque Vereniging Markeer op. Daarvan was ik jarenlang voorzitter en ik was toen ook al als scheidsrechter actief. Toen kreeg ik het drukker met werk en kinderen. Maar na mijn pensioen ben ik weer als scheidsrechter actief geworden. Ik vind het in de eerste plaats heel leuk om vrijwilliger te zijn. Het is iets sociaals, je komt met allerlei soorten mensen in aanraking. Maar daarnaast vind ik het ook belangrijk, omdat je iets voor anderen doet.”  

Wat is jouw wens voor de toekomst van petanque in Nederland?

Dat verenigingen en de bond dichter bij elkaar komen te staan. Nu hoor je soms: Wat doet de bond eigenlijk voor ons?’ Dat snap ik ook wel, want veel werk gebeurt achter de schermen. We zijn te weinig zichtbaar. Mijn wens is dat we meer contact hebben, als bestuur willen we daarom ook vaker langsgaan bij verenigingen, bereikbaar zijn en beter ophalen wat er speelt.  

Voor de sport zelf wens ik dat we de basis overal goed op orde krijgen, wat ik net ook al zei. Dat er goede begeleiding is voor nieuwe spelers en dat er goede opleidingen zijn voor trainers, wedstrijdleiders en scheidsrechters. Als we dat goed organiseren, wordt de sport leuker, veiliger en aantrekkelijker: ook voor nieuwe en jongere spelers.” 

Volgende maand interviewen we Dennis Bakker van de Technische Commissie. Welke vraag moeten we hem zeker stellen?

Ik ben wel benieuwd naar wat hij denkt dat verenigingen zelf kunnen doen om het sporttechnische niveau te verhogen. Zonder dat het meteen veel geld kost?” 

geschreven door Mirjam Streefkerk.