Uitleg van een aantal relevante termen en thema’s met betrekking tot de WBTR

De Wet Toezicht en Bestuur Rechtspersonen (‘WBTR’) is in 2020 door de Eerste Kamer aangenomen en zal vanaf 1 juli 2021 in werking treden. Deze nieuwe wet zal van invloed zijn op alle verenigingen, zo ook petanqueverenigingen. Hierna volgt de uitleg van een aantal relevante termen en thema’s die hierbij een rol spelen. Verenigingen dienen na te gaan of wijzigingen van de statuten nodig zijn. Daarom zullen binnenkort de aangepaste modelstatuten worden gepubliceerd. Deze modelstatuten kunnen worden gebruikt door verenigingen.

Wat houdt de WBTR in?
Met de WBTR wordt de regeling voor bestuur en toezicht bij (onder meer) de vereniging en de stichting aangevuld, verduidelijkt en zo veel mogelijk in lijn gebracht met de regelingen die gelden voor de BV en de NV. Dit was een behoefte vanuit de praktijk. Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen die zullen worden doorgevoerd voor de vereniging.

Taakvervulling bestuurders
In de wet wordt nu specifiek bepaald dat bestuurders van een vereniging zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming. Dat stond al in de wet voor bestuurders (en commissarissen) van een NV en een BV, maar nog niet voor de vereniging. Dit wordt met de WBTR nu gelijk getrokken.

Tegenstrijdig belang
Voorheen stond in de wet dat indien de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuurders, de algemene vergadering een of meer personen kan aanwijzen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De WBTR bepaalt nu dat een geconflicteerde bestuurder niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het relevante onderwerp. Als hierdoor geen besluit kan worden genomen, is de algemene vergadering het aangewezen orgaan om het besluit te nemen, tenzij de statuten anders bepalen. 

Op deze manier sluit de regeling over een tegenstrijdig belang aan bij de bepalingen voor een NV en een BV. De modelstatuten van de NJBB zullen geen expliciete bepaling over het tegenstrijdig belang bevatten. Als een vereniging gebruikgemaakt van deze statuten, is sowieso geen aanpassing nodig.

Ontstentenis- en beletregeling
De statuten van de vereniging moeten voortaan een bepaling bevatten waarin staat wat er moet gebeuren in het geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders. 

Bij ontstentenis is een bestuurder niet langer in functie. De oorzaak hiervan kan verschillen van overlijden tot ontslag of aftreden. Bij ontstentenis bestaat dus een vacature voor de bestuursfunctie. Belet ziet op tijdelijke onmogelijkheid van een bestuurder om zijn of haar functie uit te oefenen. Dit kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door ziekte, schorsing of afwezigheid om andere redenen. Deze bestuurder maakt nog wel deel uit van het bestuur en blijft in functie.

In de statuten moet dus simpel gezegd worden bepaald wie er beslissingen mag nemen als niemand van het bestuur dat meer kan. In de modelstatuten van de NJBB wordt hierover een bepaling opgenomen. Verenigingen kunnen hier dus gebruik van maken. Een vereniging moet op grond van de WBTR een bepaling hierover opnemen bij de eerstvolgende statutenwijziging. Dat kan dus binnenkort zijn, maar ook pas over een paar jaar.

Aansprakelijkheid in faillissement
Voor bestuurders van verenigingen wordt nu aangesloten bij de regels die voor alle bestuurders van rechtspersonen gelden in faillissement. Bij faillissement kan de curator de bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort in faillissement als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiermee wordt de regel voor aansprakelijkheid niet (inhoudelijk) gewijzigd, maar wordt het toepassingsbereik uitgebreid.

Beperking meervoudig stemrecht binnen het bestuur
Het meervoudig stemrecht wordt beperkt. Dit betekent dat een bestuurder van een vereniging niet méér stemmen mag uitbrengen dan de rest van de bestuurders bij elkaar. Op deze manier wordt voorkomen dat één bestuurder alle zeggenschap heeft. Als er in de statuten toch zo’n regeling staat, dan gelden die nog tot uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding van de WBTR. Daarna komen ze automatisch te vervallen. In dat geval is het dus van belang de statuten op dit punt aan te passen. Dit wordt ook meegenomen in de modelstatuten van de NJBB.

Wordt het aansprakelijkheidsrisico van bestuurders groter met de WBTR?
Op grond van het huidige recht zijn bestuurders van alle soorten rechtspersonen (waaronder verenigingen, stichtingen) tegenover de rechtspersoon gehouden om hun taak behoorlijk te vervullen. Als zij dat niet doen (en dus hun taak onbehoorlijk vervullen), zijn zij aansprakelijk voor de schade die daardoor ontstaat. Dat verandert niet met de WBTR. Wat wel verandert, is dat de bepalingen over aansprakelijkheid in faillissement ook gaan gelden voor bestuurders van informele verenigingen en verenigingen die niet zijn onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Dat zijn amateurverenigingen over het algemeen. Als een bestuurder zijn taken ernstig heeft verzuimd, is het voor een curator belangrijk dat hij de bestuurder hiervoor aansprakelijk kan houden. Dat maakt de WBTR nu mogelijk. Het is dus niet zo dat de aansprakelijkheidsregel gewijzigd wordt, maar wel het toepassingsbereik ervan.

Is het nodig om de statuten van de vereniging te wijzigen?
Zodra de WBTR in werking is getreden, moeten de statuten van de vereniging bij de eerstvolgende statutenwijziging in de volgende twee gevallen aangepast te worden:

  • De statuten bevatten nog geen bepaling over de wijze waarop in de taken en bevoegdheden wordt voorzien ingeval van ontstentenis (bijvoorbeeld door defungeren of ontslag) of belet (bijvoorbeeld door langdurige ziekte of schorsing) van alle bestuurders. 
  • De statuten bevatten nog een bepaling die inhoudt dat een bestuurder méér stemmen kan uitbrengen dan alle andere bestuurders bij elkaar. Als zo’n bepaling in de statuten staat, is deze tot uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding van de WBTR geldig (of tot de eerstvolgende statutenwijziging). 

Het doorvoeren van de wijzigingen moet dus gebeuren bij de eerstvolgende statutenwijziging. Dat kan volgende maand zijn, maar ook pas over een paar jaar.

Hoe nu verder?
U bent nu op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen waar u mee te maken krijgt door de invoering van de WBTR. Zeer binnenkort volgt op deze website een overzicht van stappen die u als bestuur dient te zetten.